Genealogie
Van der KROGT en Van der KROFT

Email! Naar de Beginbladzijde

De oudste generaties

Generatie I-VIII worden uitgebreid behandeld in

"Twee geslachten Vercroft in Delfland, waaruit families Van der Kroft en Van der Krogt," door Dr. P.C.J. van der Krogt, in Ons Voorgeslacht 54e jaargang, nr. 501 (maart 1999), blz. 81-111, en nr. 502 (april 1999), blz. 125-151.

Hieronder volgt de stamreeks van de beide takken. Voor informatie over de zijtakken (in mannelijke lijn uitgestorven) en voor bronvermelding e.d. zie het artikel.

I. De Naaldwijkse familie, waaruit geslachten Van der Krogt, Van der Kroft en Rijswijk

I. Jan van Croft, Jan Dircxz. van der Croft, vermeld sedert 1471 tot en met 1493 als pachter van grafelijke tienden te Maasland en Schipluiden, overl. voor 21 mei 1506, verm. tussen 27 juli 1496 en 20 dec. 1505.
Hij getuigde op 21 okt. 1483 voor Delfland; op 5 febr. 1485 werd een zaak behandeld betreffende Jan van Crofte; op 15 okt. 1490 kreeg hij een leen van 5 hond land bij de Broekweg in Naaldwijk overgedragen van Pieter Willemsz. Hij bezat een huis bij het Marktveld te Naaldwijk, waar hij op 27 juli 1496 als belender vermeld wordt.
Hij huwde mogelijk met Barbara Coppairtsdochter, dochter van Coppairt Henrycxz. uit de Kethel. Op 19 maart 1492 verklaarden Coppairt Heynrycsz., zijn schoonzoons en zijn dochter Barbara dat Jan van der Croft Dircxz. een stuk land zou krijgen als betaling voor het bij huwelijkse voorwaarden toegezegde bedrag. In 1505 kreeg het Sint Ursulaconvent te Schiedam van Coppert Heynricksz. een stuk land, gedeeltelijk gemeem met hemzelf en met de kleinkinderen van Jan Vercroft. Op 3 maart 1508 worden Jan van Crocht en kinderen vermeld als erfgenamen van Coppert Heynriksz.
Het is niet bewezen dat de Naaldwijkse Jan Dircxz. van der Croft en de echtgenoot van Barbara dezelfde persoon zijn. Wanneer het zo is, dan moet of het huwelijk omstreeks 1450 plaatsgevonden hebben, of moet er sprake zijn van een tweede huwelijk.
Hieruit:

II. Dirck Jansz. van der Croft (Dierick Vercroft), geb. ca. 1454, schepen van Wateringen, vermeld aldaar vanaf 1500, overl. kort voor 1528; verm. voor sept. 1519.
De Informacie van 1514 vermeldt Dirrick Janszoon, oud 60 jaer, als schepen van Wateringen. Herpel noemde in 1959 uit een niet genoemde bron dat de grootvader van Cornelis Jansz. Vercroft (zoon van III) in 1514 schepen van Wateringen was. Dirck Jansz. van der Croft pachtte in 1500 de tiende van Hoochstad tussen de Poeldijkse watering en de Middelwatering; bij de schouw op 25 juni 1501 werd hij (Dierick Vercroft) beboet met 3 pond omdat hij de 'vlogelen van sijn dammen niet gemaect' had; hij werd op 21 mei 1506 beleend met het leen van Hontshol na de dood van zijn vader en droeg het leen direct over aan zijn broer Cornelis; op 10 jan. 1508 werd hij na overdracht door Meus Jansz. beleend met 11 hond land in Wateringen; op 27 dec. 1522 werd hij beleend met 7½ hond land in Wateringen, gemeen met Vrerick Aemsz. Zijn zoon volgde op 26 febr. 1528 in beide lenen.
Hij huwde met Lijsbeth N.N., de heemraden van Delfland verordenden in september 1519 'Lijsbet Dirck van Croften wedewe' (waarbij Dirck is geschreven i.p.v. doorgehaald Jan] aan Aernt Jorijsz. het een en ander te voldoen.
Hieruit:

III. Jan Dircxz. van der Croft, negen en welgeboren man van Naaldwijk (vermeld in 1559), ambachtsbewaarder van Wateringen (vermeld in 1543), overl. kort voor 14 april 1561.
Hij volgde zijn vader op 26 febr. 1528 als leenman van de hofstad van der Wateringe voor de twee percelen land onder Wateringen, in beide lenen volgde op 14 april 1561 zijn zoon Dirck; na zijn dood kocht zijn zoon Dirck zijn huis van de overige erfgenamen, over de betaling daarvan ontstonden enige moeilijkheden, waarover op 15 okt. 1561 een verklaring afgelegd werd (volledige tekst in het gedrukte artikel).
In 1547 betaalde Dirck Willemsz. voor hem ('Jan Vercroft') 29 st. min 2 d. als bijbetaling in verband met een ruil van landerijen, gedaan in 1360, zoals vroeger Ariën Jan Sprunck (Adriaen Jan Sproncxz. deed in 1539 deze betaling zelf). Hij was voogd van Adriaen Pietersz., weeskind van Pieter Jansz.
Hij huwde twee maal, in 1598 is er sprake van de erfgenamen ter halver bedde van zijn zoon Cornelis. Zijn tweede vrouw is vermoedelijk een zuster van Sebastiaen en Maerten Symonsz.; zij huwde verm. 2e met Adriaen Jorisz., zoon van Joris Cornelisz. en Neelken Jorisdr. Op 2 mei 1568 wordt deze Adriaen Jorisz. vermeld als nazaat van Jan Dirksz. Vercroft.
Uit eerste huwelijk:

IV. Dirck Jansz. Vercroft (Vercrocht), geb. ca. 1534; negen en welgeboren man van Naaldwijk (vermeld op 18 juli 1567, 3 jan. 1568 -oud 33 jaar- e.v.,32 op 27 jan. 1572 38 jaar oud.33 Begr. Naaldwijk 13 sept. 1587 (betaald werd £ 7-10).
Hij woonde voor zijn huwelijk in Wateringen, erna onder Naaldwijk: 24 mei 1565 wonend in het ambacht van Naaldwijk; ca. 1568 en 13 jan. 1572 vermeld als ingeland van de Vlietwatermolen.
Hij kocht op 5 juni 1564 van Willem Adriaensz. Smit uit De Lier, een woning, bestaande uit een huis, bijhuis, bergen en geboomte, groot 4 hond, gelegen in de ban van Naaldwijk aan de Groene Lierwech, waar vroeger Cornelis Hugesz. op woonde, verder kocht hij toen nog van dezelfde 4/5 van de helft van 15½ morgen land en nog een strijpje pachtland met een huisje erop in De Lier, ook aan de Groene Lierweg. Als betaling gaf hij op 30 nov. 1564 een schuldbrief van 4575 Karolusgulden;36 op 16 juli 1569 nam hij een hypotheek op zijn huis en erf om een schuld van 21 pond groten Vlaams aan Grietgen Claesdr., wed. van Nyclaes van Landeskrone te kunnen betalen.37 Regelmatig kocht hij stukken land in de omgeving van zijn huis: in september 1569 een kwart van 15½ morgen land; op 25 juli 1570 van Heinrick Korsz. te Delft 2½ morgen weiland in Naaldwijk, die hij al gebruikte; op 18 mei 1572 3 morgen 3 hond land in Naaldwijk van Joest Cornelisz. van Moerkercken te Delft, waarvoor hij een schuldbrief van 1038 Karolusgulden gaf. Tenslotte droeg op 16 juli 1585 Jan Thouw Arentsz. namens zijjn vrouw Neelge Willemsdr. 'sestalff' morgen land aan hem over.
Op 14 april 1561 volgde hij zijn vader op als leenman van de Wateringe, hij woonde toen nog in Wateringen. Op 15 febr. 1558 droeg Dirck Vranckensz. 7½ hond land te Wateringen aan hem over die de helft vormden met het land dat hij al in bezit had, op 27 dec. 1569 droeg hij de lenen over aan Adriaen Jorisz. te Naaldwijk.12 Na de dood van zijn broer Jan volgde hij op 7 okt. 1580 in diens leen van Hontshol, maar dat droeg hij direct over aan Cornelis Aertsz. te Wateringen.
Dirck Jansz. Vercroft betaalde omstreeks 1576 7 sch. rente aan de Heilige Geest in De Lier. Hij komt regelmatig voor in het Rechterlijk archief van Naaldwijk, onder meer als borg voor Claes Huijgenz., als principaal van Jan Jacobsz. Cock en als verkoper van losrente aan de Heilige Geest.
Hij was voogd van het kind van Gerrit Jansz. Cappiteyn en Gerritge Sixtus.
Hij huwde ca. 1565 met Neeltje Claesdr., begr. Naaldwijk in het graf van haar man, tussen 4 juni en 6 aug. 1609 (betaald werd £ 3-15), dochter van Claes Jacobsz., wonend in 't Honderland, en Joesken Aerntsdr., ook Joosken Jan Baken. Zij hertr. met Phillips Jansz. Vos.
Op 3 aug. 1570 verkocht Dirck Jansz. Vercroft als principaal samen met zijn schoonmoeder Joesken Aerntsdr., weduwe van Claes Jacobsz. wonende in het Honderdland, en Pieter Isbrantz. in De Lier als borg, aan Augustijn Adriaensz. van der Meer te Delft een jaarlijkse losrente van 25 Karolusgulden, verzekerd op 15½ morgen land in Naaldwijk.
Op 11 febr. 1588 kocht zij haar kinderen uit, elk kind kreeg 950 gulden (tekst in artikel).
Neeltge Claesdr. verkocht op 1 dec. 1598 de woning enz. aan Jan Ariaensz. van Dijck te Naaldwijk voor 23.500 gulden. 11.000 gulden is contant betaald, en voor de overige 12.500 gulden is een schuldbekentenis gemaakt, op 31 dec. 1598 verkocht zij aan Pouwels Adryaensz. van Dijck. Op 23 juni 1606 stond zij borg voor haar kleinzoon Claes Jacobsz., zij wordt dan vermeld als weduwe van Phillips Jansz. Vos.
Uit dit huwelijk:

V. Jacob Dircksz. Vercroft, geb. Naaldwijk ca. 30 nov. 1573; overl. voor 1616.
Hij verkocht op 9 jan. 1599 een jaarlijkse losrente, verzekerd op 4 morgen weiland in West Escamp en ca. 3 morgen land met huis enz. in Monsterambacht aan de Gantel. De 4 morgen in West Escamp verkocht hij op 12 maart 1601 aan Cornelis Pietersz. Hoffland. Op 23 juni 1606 stond hij borg voor Claes Jacobsz. Vercroft.
Hij huwde 1e vóór 24 april 1598 met Maritge Jansdr., wed. van Jan Cornelisz. Op 24 april 1598 kocht zij haar kinderen uit het eerste huwelijk uit, te zamen voor 3000 gld.
Hij huwde 2e met Huybrechtje Cornelisdr. Zij hertr. Rijswijk 22 juni 1616 met Hendrik Bastiaens van der Spek. Het huwelijk van Jacob Dircksz. Vercroft en Maritgen Jansdr. was vermoedelijk kinderloos.
Uit eerste huwelijk:

VI. Claes Jacobsz. Vercroft/Vercrocht, overl. tussen 20 mei 1665 en 24 april 1668. Landbouwer op Ockenburgh in Rijswijkerbroek.
Hij komt zeer vaak voor in het Notarieel Archief van 's-Gravenhage, o.a. in verband met opzegging van huur (28 april 1642), als schuldenaar voor 700 car. gld. aan de voogden van Gerrit Cornelisz. van Schuylenburch, weeskind van Jannitge Jansdr. (9 mei 1650), idem voor 200 gld. aan Claes Claesz. van Bergen in Henegouwen (20 mei 1665). Zijn kinderen worden op 17 nov. 1671 genoemd als erfgenamen van zijn halfzuster Gijske Hendriksdr. van der Spek.
Hij huwde Rijswijk 8 mei 1637 (ondertr. 26 april 1637) met Maritje Leenderts van der Speck, dochter van Leendert Pouwelsz. van der Speck en Maertje Jansdr.
Uit dit huwelijk:

VII. Dirk Claesz. van der Kroft/Vercroft, geb. Rijswijk ca. 1643. Landbouwer, wonende te Rijswijk. In 1673 vermeld als arbeider wonende op de Horen buiten Delft en in 1680 als arbeider te Rijswijk. Hij leende op 29 jan. 1670 225 gulden aan Jacob Arentsz. van Outshoorn.
Hij huwde Rijswijk 13 febr. 1667 ('Dirck Claesz. Vercroft') en R.K. 11 febr. 1667 ('Theodorus Nicolai Kroft') met Aeltie Jans Gardijn, dochter van Jan Arentse Gardijn en Neeltgen Schrevels van Teylingerbroucken.
Uit dit huwelijk:

VIII. Klaas Dirksz. van der Kroft/van der Crogt, ged. Rijswijk (R.K.) 29 okt. 1667, begr. 's-Gravenhage 2 sept. 1744. Bouwman, woonde aan het Bezuidenhout in Haagambacht.
Hij kocht op 28 jan. 1724 een stuk hooiland van 3 morgen en 1 hond in de Oost Camppolder onder Eik en Duinen in Haagambacht en op 3 maart 1734 3 morgen weiland in de Klein Veenpolder aldaar. Op 16 juni 1738 verkocht hij een stuk weiland van ca. 5 hond in de Veenpolder.
Hij huwde Wassenaar 21 nov. 1701 en R.K. Wassenaar idem ('Claes Dierix') met Catarina Jans van Nieuweveen, dochter van Jan Gerritsz. van Nieuweveen en Aryaantje Simonsdr. van Veen. Zij compareerden samen op 15 mei 1725, hij als Claes Dirksz. van der Crogt.
Kinderen o.a.:

  • Dirk Claesz. van der Krogt/van der Kroft (stamvader van het geslacht Van der Krogt in Zoeterwoude en Voorschoten).
  • Joannes (Jan) Claesz. van der Kroft (stamvader van het geslacht Van der Kroft).

II. De Maaslandse familie, in mannelijke lijn uitgestorven, maar toch met nageslacht Van der Krogt

I. [Claes Vercroft], alleen bekend door het patroniem van zijn twee zoons
1. Jan Claesz. Vercroft. Volgt II.
2. Jacob Claesz. Vercroft.

II. Jan Claesz. Vercroft/van Crocht, mogelijk geboren omstreeks 1510, overl. na 30 okt. 1571. Ambachtsbewaarder van de Dijkpolder onder Maeslandsluys, schepen van Dorp, hij was in 1561 taxateur van de 10e penning, hij tekende met 'Jan V Croft' (1561), en later met 'Jan Claes Croft' (1562).
Hij woonde in de Duifpolder in het ambacht Dorp aan de Gaag tegenover het Huis ten Dorp. In de registers van de tiende penning wordt zijn bezit, resp. zijn pachtland, vermeld.
In 1561 pachtte hij 6 morgen weiland van Adriaen Arlewijnsz. te Delft. Verder had hij in Maasland nog 5 morgen land, dat hij gezamenlijk met de Heilige Geest in Maasland bezat, en 4 morgen erfhuur van meester IJsbrandt Jacobsz. te Rotterdam. Al dit land lag in de Duifpolder. Daarbij bezat hij 3 morgen hooiland tussen de Vlieten. Voor het land van de Heilige Geest betaalde hij 36 sch. per jaar. Hij werd in juni 1539 en 1549 verhoefslaagd voor de Maasdijk voor een totaal van 5 morgen pachtland en 3 morgen eigen land, het eigen land bezat hij in 1549 samen met zijn stiefkinderen.
Hieruit:

III. Gerrit Jansz. Vercroft/Vercrocht, overl. Monster kort voor 8 jan. 1624. Hij betaalde op 28 sept. 1576 pioniersgeld in Kethel, in 1583 had hij daar een boomgaard in pacht, die aan de heren van Wassenaar behoorde. Hij werd op 1 nov. 1590 beleend met ½ morgen land in de woning van Lambrecht Koertsz. te Zuid-Maasland, welk leen hij op 31 dec. 1610 overdroeg aan Adriaen Claesz. (Jonge) Trapper. In de perioden 1591-1594, 1597-1598 en 1599 betaalde hij respectievelijk 26, 26 en 33 gulden voor 6 morgen land van de Duitse Orde, gelegen in Maasland. Zijn huis te Maasland verkocht hij op 5 nov. 1611 aan dezelfde Adriaen. Omstreeks 1611 ging hij te Schiedam bij de Vlaardingerpoort wonen, na de dood van zijn eerste vrouw woonde hij in de Wagenstraat in Maassluis. Op 15 nov. 1617 kocht hij van zijn stiefzoon Baerthout Jansz. een nieuw gebouwd huis in de Molenstraat te Monster. Daarna woonde hij weer te Schiedam. In 1593 was hij bloedvoogd van zijn neef Pieter.
Hij huwde 1e ca. 1568 met Lijsbeth Claasdr., overl. Schiedam tussen 22 nov. 1613 en 22 maart 1614. Hij kocht zijn kinderen op 22 maart 1614 uit, elk van de kinderen kreeg 217 gulden.
Hij huwde 2e Maassluis mei 1615 ('Gerrit Jansz. Vercroff, wedr. in de Wagenstraet op Maes?Sluijs') met Maritge Pietersdr., weduwe van Jan Barthoutsz., van Monster Ambacht. Op 8 jan. 1624 werd de inventaris van haar boedel opgemaakt, zij is dan weduwe van Gerrit Jansz. Vercroft. De boedel werd op 13 jan. 1624 tussen haar en de andere erfgenamen verdeeld.
Uit het eerste huwelijk:

IV. Jan Gerritsz. Vercroft/Vercrocht, ook Correct, geb. ca. 1573/74, overl. na 19 maart 1627. Timmerman te Maassluis. Hij werkte vermoedelijk samen met Huybrecht Pietersz. en Reijnier Maertensz., metselaar. Ze komen vaak samen voor in de rechterlijke en notariële archieven van Maassluis, vooral met betrekking tot het kopen en verkopen van onroerende goederen. Op 13 maart 1615 machtigde Huybrecht hem om geld voor een huis te ontvangen en op 2 nov. 1615 werden hij en Huybert Pietersz. gemachtigd door Reijnier Maertensz. om alle huizen en erven te verhuren of verkopen die Maertensz. in Maassluis bezat, terwijl hij op 20 mei 1615 aan Reijnier twee erven verkocht had. Op 8 juni 1617 kocht hij een huis en erf in de Patijnestraat, bij de sHeerenstraet, en op 12 juli 1621 hij van de erfgenamen van Huybrecht enkele schuldrentebrieven, waaronder een op Reynier. Op 17 jan. 1623 kocht hij van Willem Adriaensz. Hoos, visser, een huis, dat Willem gekocht had van Reynier Maertensz. en waarvan hij de schuld niet meer kan afbetalen. Op 16 mei 1623 kocht hij van de erfgenamen van Neeltge Leenders, weduwe van Sijmon Ariensz. Visser, een huis en erf in de Cleyne Bogertstraat te Maassluis, welk huis eerder door Neeltge Leenders gekocht was van Reynier Maertensz. Op 2 juni 1623 sloot hij een overeenkomst met zijn buren betreffende een scheidsloot en een scheidmuur en op 17 juni daaropvolgend. betreffende een stukje erf. Op 21 aug. 1624 kocht hij een losrentebrief ten laste van Jacob Jacobsz. van Bramen, deze kwam zijn verplichtingen kennelijk niet na, zodat Jan diens huis in beslag liet nemen (19 maart 1627) en veilen.73 Kreeg hij zijn bijnaam `Correct' soms omdat hij al deze zaken zo correct afhandelde (of juist het tegendeel)?
Hij huwde met Maertje IJsbrantsdr., vermoedelijk geb. te Berkel, dochter van IJsbrant Huygensz. en Maritgen Jansdr.
Hieruit o.a.

V. Claes Jansz. Vercroft, ook Correckt, geb. verm. Maassluis ca. 1603, overl. na 1 april 1661. Wantvoerder, voerman te Maassluis.
Op 10 april 1628 kocht hij van Reijmpgen Gerritsdr. (zijn tante, dochter van III) een ledig erf in de Wagenstraat te Maassluis, waarvoor hij 276 carolus guldens van de verkoopster leende. Op dit stuk land liet hij een huis bouwen. Op 26 sept. 1629 verkocht hij nl. aan Reijmpgen Gerritsdr. een jaarlijkse losrente van 6 gulden 5 stuivers staande op zijn huis en erf gelegen in de Goudsteen (de Goudsteen is het verlengde van de Wagenstraat), uit de belendingen blijkt dat dit huis op het in 1628 gekochte land stond. Onder andere op 3 okt. 1662 wordt hij in een akte Claes Jansz. Correckt genoemd, hij tekent echter Vercroft.
Hij huwde 1e met Trijntgen Simonsdr. van Dijck, overl. na 1 dec. 1638, dochter van Sijmon Jansz. van Dijck en Maritgen Arentsdr. (Uyttendoorn). Zij testeerden op 1 dec. 1638.79
Hij huwde 2e met Maertje Jansdr.
Uit het eerste huwelijk:

VI. IJsbrant Claesz. Vercroft, ook Correct, geb. Maassluis, voerman te Vlaardingen, overl. voor 1 juli 1701.
Hij woonde ten tijde van zijn huwelijk in Ackersdijk en direct daarna in Heenvliet. In 1671 vermeld als voerman te Vlaardingen, waar hij in 1682 nog woonde.
Hij huwde Maassluis 12 april 1656 ('IJsbrant Claesz. Vercroft') en Pijnacker 17 april 1656 ('IJsbrant Claesz. Vercroft') met Maertgen Michiels (Chiellen) van Lijser, 'gewoont hebbende tot Pijnacker op de Lee en tegenw. op Ackersdijk', overl. Vlaardingen febr. 1709 (Isbrandt Claes Verkrogts wed. f 15.3.-). Zij was op 6 jan. 1703 meter van haar kleindochter, dochter van Claes, hoewel ze niet bij de doop aanwezig was. Zij testeerden te Delft op 7 aug. 1656.
Hij is vermoedelijk nog een keer getrouwd.
Uit het eerste huwelijk:

VII. Michiel (Chiel) IJsbrantsz. Vercrocht, verm. geb. Vlaardingen, woonde in 1682 en 1692 te Maassluis.
Op 4 dec. 1700 getuige bij de doop van een dochter van zijn broer Claes.
Hij huwde 1e Maassluis 29 maart 1682 ('Chiel IJsbrantsz. Verkrocht, j.m. gewoond hebbende tot Vlaerdinge en nu alhier, geass. met IJsbrant Claesz. Verkrocht, zijn vader, wonende tot Vlaerdingen') met Geertruijt Heijndericz. van der Plaet.
Hij huwde 2e Vlaardingerambacht 26 okt. 1692 ('Michiel IJsbrantsz. Vercrocht, wedr., woonde op Maassluis') met Cornelia Jorisdr. van Straten (in huwelijksinschrijving 'Jans'), overl. voor 16 mei 1737,90 dochter van Joris van Straaten en Clasijntje van Noord.
Uit het tweede huwelijk:

VIII. IJsbrand Ghiele Verkrogt/van der Krogh(t), verm. geb. Vlaardingen, bleker te Nieuweveen bij Nootdorp, overl. Nieuweveen 23 mei 1758.
Hij woonde tot zijn eerste huwelijk in Vlaardingen, daarna in Nieuweveen bij Nootdorp. Na het overlijden van zijn moeder ontving hij op 16 mei 1737 zijn erfenis, waarmee hij op 12 juni 1737 aan de Achterweg een blekerij kocht, bestaande in verscheide velden en water, met een woonhuis, bijhuis, speelhuis, boomgaard, tuin en erf, mitsgaders enige `houtackeren' en water, te zamen 4 morgen, aan de Agterwegh in de Oost Negentig Morgen, strekkende van de Agterwegh af noort op tot de Dobbens toe, voor f 140, contant betaald.
Hij huwde 1e Nootdorp 7 jan. 1726 ('IJsbrandus Giele Verkroght', aanget. Vlaardingen 'IJsbrand Ghiele Verkrogt') met Urmtie (Ermtje) Pieters Couwenhoven, dochter van Pieter Couwenhoven en Maria Cortendijck. Als erfgenaam van zijn schoonmoeder verkocht hij op 16 mei 1736 aan Hendrik van Brussel.
Hij huwde 2e Nieuweveen 29 nov. 1744 (gerecht: 'Isbrand Verkrogt', R.K.: 'IJsbrant Gel. van Kroght') met Soetje van (der) Merwe (Morwe, Merruwe), ged. Nootdorp (R.K.) 17 mei 1724, overl. na 21 dec. 1767, dochter van Gerrit Willemsz. van de Merwe en Maria Pauwels Verhage. Op 21 dec. 1767 worden als voogden van de kinderen van de eerbare Soetje van der Merruwe, weduwe van IJsbrand Verkrogt, wonende in Nieuweveen, aangesteld Barend Thebael, haar zwager, en Leendert Jansz. de Burger, goede bekende.
Uit het tweede huwelijk:

IX. Gerrit IJsbrandsz. van der Krogt, ook Verkrogt, geb. Nieuweveen, ged. (R.K.) Nootdorp 10 nov. 1746, overl. Nieuweveen (thans Nootdorp) 3 april 1822.
Hij huwde 1e (impost Nootdorp betaald 3 april 1774) met Pleuntje Pieters Gouweleeuw, ged. Berkel 2 dec. 1747, overl. aangeg. Nootdorp 18 febr. 1777, dochter van Pieter Willemsz. Gouweleeuw en Neeltje Dirks Ooms.
Hij huwde 2e (impost Nootdorp betaald 26 sept. 1777) met Aagje Pieters Douw, ged. (R.K.) Nootdorp 25 mei 1755, overl. na 5 sept. 1804, dochter van Pieter Dirckx Douw en Willemina van Brussel.
Uit het tweede huwelijk:

X. Pleuntje (Applonia) van der Krogt, stammoeder van het geslacht Van der Krogt in Voorburg, Delft en Stompwijk).


Samengesteld door

Dr. Peter van der Krogt (P-533.3)


e-mail: peter@vanderkrogt.net


© 1999-2001 Peter van der Krogt