Genealogie
Van der KROGT en Van der KROFT

Aanvullingen: Email! 
Naar de Beginbladzijde

Korps Vrijwillige Brandweer [Nootdorp] verrijkt met twee vrouwen

[Interview met Edith van der Krogt [G-411.131/1] en Danielle Rolvink]

Door Tinus Verwijmeren


Uit:
Weekblad De Eendracht, nr. 27, 5 juli 2000.
Met dank aan mw. A.P.J. Käyser-van der Zee, die dit artikel aan mij stuurde.

"We zijn helemaal geaccepteerd"

Onlangs zijn Danielle Rolvink en Edith van der Krogt geslaagd voor het examen 'brandwacht' en sinds vorige week maken zij officieel deel uit van de Nootdorpse vrijwillige brandweer. Tijdens hun opleiding in het afgelopen jaar namen zij als stagiaires al deel aan de oefeningen van het korps en zij zijn dus al aardig vertrouwd met het werken in dat team. Ook de 'brandweermannen' zijn inmiddels gewend aan het feit dat zij nu twee vrouwelijke collega's hebben. Volgens Danielle en Edith is de kennismaking over en weer niet alleen zomaar goed verlopen, nee, de dames voelen zich volledig opgenomen in het korps.


Danielle Rolvink (l) en Edith van der Krogt zijn de eerste Nootdorpse brandweerdames

Edith van der Krogt (28) is als kind geboren en getogen in Leiden en daarna verhuisde ze naar Leidschendam waar ze het diploma atheneum (met talen en zaakvakken) behaalde. Ze werkt nu bij de gemeente Nootdorp als receptioniste, maar ze doet ook administratief werk en ze vervangt secretaresses. Danielle Rolvink (23) heeft onlangs de laatste twee deelcertificaten gehaald voor het atheneumdiploma (met veel exacte vakken). Ze heeft deze vwo-studie grotendeels gedaan terwijl ze bij een ingenieursbureau (voor akoestiek en lawaaibestrijding) in Den Haag werkte en daar is ze inmiddels meettechnicus.

VRIJWILLIGE VERPLICHTINGEN

Iedereen weet het inmiddels: als er brand uitbreekt, als er een ernstige aanrijding plaatsvindt, als er een auto te water raakt, als er een tankauto omslaat, als er bomen zijn omgewaaid, als er een mens of dier innood is: 1-1-2 bellen! Op veel plaatsen worden dan 'vrijwilligers' opgeroepen. Dat zijn mensen die gewoon aan het werk zijn en die een draagbaar oproepapparaat bij zich hebben. Als hun 'pieper' gaat, laten ze letterlijk alles in de steek, want vanaf dat moment telt iedere seconde. Omdat er zulke toegewijde vrijwilligers zijn, is de brandweer altijd al na enkele minuten op de plaats van het onheil. Nog steeds zijn er mensen die bij 'de vrijwillige brandweer' onwillekeurig denken aan 'een stel goedwillende amateurs', maar niets is minder waar. De opleiding en training zijn zwaar en die opleiding en training is precies hetzelfde als voor de beroepsbrandweer. Een brandwacht moet lang kunnen staan, hard kunnen lopen, soepel zijn, goed kunnen kruipen, klimmen, springen, evenwicht bewaren, zware lasten kunnen dragen. Het werk moet soms in hitte maar ook wel eens in de vrieskou gedaan worden. Het enige verschil tussen de vrijwillige brandweer en de beroepsbrandweer is, dat vrijwilligers geen dagtaak hebben aan hun brandweertaak. Maar als ergens geldt dat 'vrijwilligheid' geen 'vrijblijvendheid' is, dan is dat bij de vrijwillige brandweer. Altijd moeten zij paraat zijn om meteen naar de kazerne te gaan. En dat 'altijd' geldt letterlijk: dag en nacht, weer of geen weer, feestdag of werkdag, of het in de privésfeer wel of niet goed uitkomt. Gelukkig zijn er mensen die zo 'gek' zijn om bij de vrijwillige brandweer te gaan. Waarom doen ze dat?

Hoe komt iemand ertoe (en misschien in het bijzonder een meisje) om bij de vrijwillige brandweer te gaan?
Edith van der Krogt: "In Leidschendam woonde ik tegenover een brandweerkazerne. En ik vond het altijd een fascinerend gezicht om de brandweer te zien uitrukken, zeker als dat met grote snelheid en loeiende sirenes ging. Ik vond dat niet alleen indrukwekkend en spannend om te zien, maar als ze al een tijdje weg waren, zat ik me dikwijls af te vragen waar ze naar toe gegaan waren en wat ze nu aan het doen waren. Zeker als ze 'met veel kabaal' uitrukten, kon je er donder op zeggen dat er iets ernstigs aan de hand was en de gedachte dat ze dus met iets heel belangrijks bezig waren, hield me dan vaak bezig. Ik vind dat brandweermensen zich op een heel bijzondere manier inzetten voor de medemens. Dat spreekt me enorm aan. Je kunt je op allerlei manieren in de samenleving inzetten, maar de vrijwillige brandweerrnensen doen dat wel op een heel speciale manier. Maar om bij de vrijwillige brandweer te gaan, leek toen (en ik spreek over 1995) niet goed haalbaar, ook al omdat ik toen in Den Haag werkte. Dat werd ineens anders toen ik bij de gemeente Nootdorp kwam werken en ik aan de brandweercommandant Ab Rolvink werd voorgersteld. Toen ik hem vroeg of ze bij de Nootdorpsse brandweer nog mensen nodig hadden, reageerde hij meteen heel serieus. Hij zei dat ze al een tijdje aan het praten waren over de mogelijkheid vrouwen op te nemen in het korps en met mijn belangstelling werd dat actueel."

TENMINSTE TWEE VROUWEN

"Als dochter van de brandweercommandant Ab Rolvink ben ik natuurlijk met de brandweer en alles wat daarmee samenhangt opgegroeid," zegt Danielle Rolvink. "Mijn vader vertelde dikwijls over wat ze deden bij de oefeningen en wat ze allemaal meemaakten bij het uitrukken. En wat ze meemaakten, was natuurlijk niet altijd even leuk. En vergeet ook niet dat 'de pieper' van mijn vader een bijzondere plaats innam bij ons thuis. Ik kan gerust zeggen dat het werk van de brandweer me steeds meer ging boeien. Wat ik vooral belangrijk vond, was de overtuiging dat je je als brandweerman op een heel aparte manier dienstbaar maakt voor de samenleving. Een hele tijd geleden speelde ik al wel eens met de gedachten bij de brandweer te gaan, maar omdat mijn vader commandant was, dacht ik dat dat niet zo'n goed idee was. Als ik er wel eens over begon, zei mijn vader, dat er in ieder geval tenminste twee goede vrouwelijke kandidaten tegelijk in opleiding moesten gaan. Hij vond het belangrijk dat een vrouw die de opleiding ging volgen af en toe met een andere vrouw over allerlei ervaringen en andere dingen kon praten. En ik moet nu zeggen dat hij daarin gelijk had. Toen Edith zich aanmeldde als belangstellende ging ook voor mij de deur wijd open. We kunnen het ook vreselijk goed vinden samen en dat is natuurlijk ook belangrijk. Ja, en nu zijn we dan allebei zover dat we geslaagd zijn en dat we er echt helemaal bijhoren.

METEEN MEEDOEN

Danielle: "Voordat het zover was dat we aan de opleiding konden beginnen, is er in het korps gepraat over het feit dat er mogelijk twee vrouwelijke collega's zouden komen. Het team is toen unaniem akkoord gegaan met onze toetreding. Natuurlijk verandert er wel het een en ander als er in zo'n tot dusver typische mannenwereld ineens twee vrouwen komen. Maar ik moet zeggen dat de mannen van het korps ons op voorbeeldige wijze in hun team hebben opgenomen. Ook zijn allerlei voorzieningen voortreffelijk geregeld, zodat wij bijvoorbeeld alle privacy kunnen hebben die we willen hebben. Vorig jaar september zijn we met de opleiding begonnen." Edith: "De opleiding wordt verzorgd door de Hulpverlening Regio Haaglanden en die doen dat voor de hele regio. Alle opleidingen die zij verzorgen zijn in modules ingedeeld en voor elke module is goed studiemateriaal beschikbaar dat voor heel Nederland gemaakt is door het Nederlands Instituut voor Brandbestrijding; het is allemaal perfect georganiseerd. Danielle en ik moesten dus iedere week een avond naar de cursus. We kregen dan niet alleen theorielessen, maar ook praktijkoefeningen. Een belangrijke oefening is bijvoorbeeld het geblinddoekt zoeken van een weg in een huis met veel kamers en trappen en vooral ook het vinden van de terugweg. Het was voor ons erg belangrijk dat we van begin af aan ook mee konden doen met de oefenavonden van de Nootdorpse brandweer. Wij kregen daardoor niet alleen extra praktijkervaring (bijvoorbeeld omdat Nootdorp een rookmachine heeft), maar we leerden zo ook het team kennen en zij ons natuurlijk. Dat stagewerk bij het Nootdorpse korps is heel belangrijk geweest voor ons; na ons slagen werden we officieel opgenomen in het korps dat we al goed kenden."

NA HOEVEEL MINUTEN .... ?

Danielle: "Wij hebben nu het eerste examen achter de rug en wij zijn nu 'brandwacht'. Bij de opleiding tot brandwacht ligt het accent op het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (zoals een ademluchtmasker) en op, zoals wij dat noemen, de repressie, dat is het feitelijk bestrijden van een brand. Ik heb echt heel veel geleerd tijdens de opleiding en ook dingen waar ik buiten de brandweer wat aan heb. Je merkt ook dat je op een bepaalde manier gevormd bent. Het valt mij namelijk op dat ik, bijna overal waar ik kom, nadenk over mogelijke risico's voor brand en rondkijk naar vluchtwegen. Ja, dat is gewoon een onderdeel van je leven geworden." Edith: "Het was een heel goed idee van de korpsleiding om ons, al vrij snel nadat we in opleiding gegaan waren, een 'pieper' te geven, zodat we gewoon aan zo'n ding konden wennen, ook al hoefden we nog niet uit te rukken. In het begin sprong ik meteen uit mijn bed als die pieper ging en dan keek ik uit het dakraam om te weten na hoeveel minuten de eerste auto wegreed. Nog steeds vind ik het onbegrijpelijk dat het altijd weer lukt zo snel een eerste brandweerauto op weg te hebben. Dikwijls zijn ze al 5 minuten na de melding thuis met de auto ter plaatse."

SFEER GRANDIOOS

Edith legt uit hoe het uitrukken in zijn werk gaat. "Een melding (dikwijls via '112' natuurlijk) komt binnen bij de Regionale Alarm Centrale. Bij die centrale activeert men onze piepers, dus de piepers van alle leden van het korps. Er wordt dus geen commandant gebeld, nee, vanuit de centrale wordt het hele Nootdorpse team opgeroepen. Nadat de pieper gegaan is, komt er een mededeling over de plaats en de aard van het voorval. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een 'uitrukbericht' en een 'attentiebericht'. Bij een 'uitrukbericht' kan het gaan om het opruimen van een oliespoor of het bevrijden van een paard uit een sloot, maar bij een 'attentiebericht' moet er met sirenes uitgerukt worden, omdat er sprake is van een levensbedreigende situatie voor mensen." Danielle: "Het is niet te geloven hoe ingrijpend het lidmaatschap van de vrijwillige brandweer is. Altijd ligt de kleding voor het uitrukken klaar naast mijn bed. Als de pieper gaat, krijg ik een stoot adrenaline in mijn bloed. Razendsnel trek ik de kleding aan die ik denk nodig te hebben om het in de meeste situaties een tijdje uit te kunnen houden en dan ga ik met 'gepaste' snelheid naar de kazerne." Edith: "Terwijl ik me snel aankleed, gaat mijn vriend Arjan al naar beneden om de deuren van het slot te doen en de fiets klaar te zetten, zodat ik zo weinig mogelijk tijd verlies." Danielle: "Als we bij de kazerne aankomen is het altijd spannend wanneer de eerste brandweerauto weg kan. Om te kunnen vertrekken is natuurlijk een chauffeur en vervolgens een bevelvoerder nodig. Niet iedereen heeft de opleiding gevolgd om bevelvoerder te mogen zijn. Naast de chauffeur en een bevelvoerder moeten er nog vier personen in de auto plaatsnemen; als die zes er zijn, kan de eerste auto vertrekken. De tweede auto (meer heeft Nootdorp niet) volgt meestal niet lang na de eerste." Edith: "Het rijden in zo'n brandweerauto vind ik gewoon al heel leuk. Het geeft een kick om met een stel collega's op pad te gaan, omdat er ergens hulp geboden moet worden. Omdat we na de piep altijd een bericht krijgen, hebben we meestal al een aardig idee wat ons te wachten staat. Dat teamgevoel in de auto is ook fantastisch. De sfeer is ontzettend goed." Danielle: "Ja, de sfeer is heel, heel goed. Het vertrouwen over en weer is grandioos. Onze collega's zijn stuk voor stuk hartstikke goede lui."

50-50

"De spanning van 'de uitruk' vind ik heerlijk. Nog voordat we geslaagd waren, zijn we als aspirant-brandwacht ook al mee uitgerukt en zo hebben we al enkel tientallen keren in de brandweerauto gezeten om hulp te gaan verlenen. Ik heb nog niet echt nare dingen meegemaakt, maar dat gaat een keer gebeuren natuurlijk." Edith: "Wij worden in deze beginperiode goed in de gaten gehouden door de korpsleiding. Als er echt nare dingen zijn, zullen we daarop voorbereid worden en zal besproken worden of we het aandurven, of we denken dat het lukt. Kijk, een paard uit de sloot halen is iets heel anders is, dar. een brandend huis ingaan waar waarschijnlijk nog mensen aanwezig zijn, of het opruimen van de ravage bij een treinongeluk. In het algemeen gesproken maken wij onderscheid tussen 'brandbestrijding' en 'technische hulpverlening' en de tijdbesteding voor die twee onderdelen is ongeveer 50%-50%. Bij brandbestrijding kan het gaan om een klein klusje zoals een schoorsteenbrand, maar er kan ook een brand zijn bij een bedrijf of een opslagplaats of een tankauto. Technische hulpverlening is alles wat niet met het blussen van een brand te maken heeft. Dat is ook ongeveer de helft van het werk van de brandweer. Wie anders dan de brandweer zou mensen die bekneld in een auto zitten er uit moeten halen, wie zou de ravage na een aanrijding moeten opruimen, wie zou een koe uit een moddersloot moeten trekken? Voor die technische hulpverlening moeten wij nog meer opleiding volgen, want we hebben nu pas het eerste examen gehaald: brandwacht."


De korpsleiding vlnr: Ab Rolvink, Eric van de Sande en Willem Beijersbergen trots op de eerste dames bij de brandweer (Foto's PlusPunt).

NIKS MANNELIJKS

Danielle: "Omdat ik in Den Haag werk, kan ik tijdens mijn werktijden niet uitrukken. Maar 75% van alle uitrukgevallen vinden plaats buiten de normale werktijden, dus ik zal vaak genoeg in de gelegenheid zijn mee te gaan. Mijn werkgever heeft zich heel soepel opgesteld. Als ik eens een te korte nachtrust heb gehad vanwege een uitruk, kan ik zonder problemen later komen." Edith: Ik werk op het gemeentehuis en ik kan dus wel tijdens mijn werktijd naar de kazerne om mee uit te rukken. Ik heb geen enkel probleem gehad bij mijn werkgever. Het College van B&W heeft zonder bezwaar een besluit genomen waarin staat dat ik alle vrijheid heb om als lid van de vrijwillige brandweer mijn taak te kunnen uitoefenen. Ongeveer de helft van het korps werkt in Nootdorp en in feite zijn zij dus tijdens de normale werktijden dikwijls 'de klos' zou je kunnen zeggen-.Dat zal hier en daar wel eens problemen opleveren, denk ik. Wij moeten trouwens altijd opgeven wanneer we niet oproepbaar zijn. Het wordt ook goed bijgehouden wie er aanwezig zijn bij het uitrukken en bij de oefeningen. Als het gevoel zou ontstaan, dat de lasten niet eerlijk verdeeld zijn, wordt daar in alle openheid over gepraat. Omdat de verstandhoudingen zo goed zijn, kan dat allemaal zonder dat er ruzieachtige situaties ontstaan. Door dat samen bezig zijn om mensen in nood te helpen, ontstaat er een speciale band tussen de mensen van de brandweer. En de partners horen ook bij die club. We hebben dan ook wel eens reuzegezellige bijeenkomsten met de hele brandweerfamilie. En je mag gerust weten dat ik dan m'n best doe om me op te tutten om er leuk uit te zien, brandweervrouw of niet!" Danielle: "Inderdaad. Het is echt niet zo dat het nodig is om te proberen er een beetje als een stoere, mannelijke vrouw uit te zien, omdat je bij de brandweer bent. Als dat zo zou zijn, zou ik ervoor passen."

Een lid van de vrijwillige brandweer moet voldoen aan de volgende eisen: de onvoorwaardelijke bereidheid zich dienstbaar te maken voor de samenleving, een grote mate van zelfbeheersing, een sportieve instelling en een goede lichamelijke conditie, een gezond verstand en een absolute hekel aan bravoure en paniek. Het zou wel eens zo kunnen zijn dat Edith van der Krogt en Danielle Rolvink op deze eisen hoog scoren en daarom kan terecht gezegd worden, dat met hun toetreding tot de Nootdorpse vrijwillige brandweer, dit korps is verrijkt met twee vrouwen. T.V.

Kent U andere artikeltjes over Van der Krogt'en of Kroft'en. Ook die kunnen hier geplaatst worden.
Dr. Peter van der Krogt (P- 533.3)


e-mail: peter@vanderkrogt.net