Genealogie
Van der KROGT en Van der KROFT

Aanvullingen: Email! 
Naar de Beginbladzijde

Kermis-familie van der Krogt


Aflevering III van: In en om de kermis van Zoeterwoude
door Jan van Gent

Met (telefonische) toestemming van de auteur overgenomen uit:
Suetan: Orgaan van de Stichting "Oud Zoeterwoude", 80e aflevering, mei 1991, blz. 9-13.

Na jaren zand en mest te hebben vervoerd met zijn schuit, een "Westlander", ging Klaas van der Krogt (G-221.1) in 1892 de kermis op. Hij was toen al 38 jaar en eveneens in 1892 getrouwd met Maria Visscher, allebei getogen Zoeterwoudenaren.

Met een koek- en suikerkraam werd in de regio op de kermis handel gedreven. De kraam is in die tijd door Klaas van der Krogt zelf met groot vakmanschap gemaakt en dat voor een schipper! De kraam had een fraai voorfront van liefst 10 meter, waar de panelen door de huisschilder Binnendijk was voorzien van een fraaie houtimitatie en belettering. Op de toonbank lagen onder het glas de kaneelstokken, zuurstokken, nougat en chocolade uitgestald. Een aparte plaats namen de versierde peperkoeken in, met allerlei teksten zoals "voor mijn liefje", "mijn grootje" e.d. Tegen de achterwand van de kraam stonden de fraai geschilderde opbergblikken en dit gaf tesamen met de kleurige kleden en spiegels aan de koekkraam een feestelijke en verzorgde indruk.In de avond werd de kraam verlicht door de grote olielampen, waarvan het koperwerk extra was gepoetst. Met de weerkaatsing van het licht tegen het witte plafond van de kraam, werden de uitgestalde lekkernijen feestelijk verlicht.

Voor de kraam stond uiteraard het hakblok voor het koekslaan, wat een geliefde volkssport was op de kermis.

Achter de kraam was een gedeelte aangebouwd, wat diende als keuken en tijdelijk onderkomen tijdens de kermisdagen. In het algemeen werd, geslapen op de schuit, de ouders in de (achter)roef en de kinderen in het vooronder van de Westlander. Lag de schuit te ver van het kermisgebeuren, dan werd er in de kraam geslapen. En dan gebeurde het wel dat de allerkleinsten onder de toonbank sliepen.

Koek- en suikerkraam
De koek- en suikerkraam, met links voor de kraam de trotse eigenaar, Klaas van der Krogt

De kraam werd vervoerd met de schuit, waarop ook nog de handkar. Vanuit de schuit waren ruim 10 vrachten met de handkar nodig om alleen al de kraam te vervoeren. Dat is wet te begrijpen: al de losse houten onderdelen, het tentzeil en de in kisten verpakte olielampen. De kraam werd na het opbouwen goed schoongemaakt, om vervolgens al de koopwaar uit te stallen voor het kooplustige kermispubliek,

Klaas van der Krogt was een kundige schipper die bij voldoende wind de zeilen gebruikte en op het laatste moment de mast liet zakken voor de obstakels die men onderweg op het water tegenkwamen. Hij was ook zuinig van aard. Zo werd het gebruik van een "jager", dit was een scheepsjager die met zijn paard bij windstilte een schuit voorttrok, niet aanvaard. Dat was te duur en toen moesten zijn jongens aan de lijn om zo de schuit voort te trekken. En dat werd niet in dank afgenomen. Maar ja, je deed wat de ouders van je verlangden en zo ging je vanuit Leidschendam naar Zoeterwoude aan de lijn met een volgeladen schuit achter je aan in de Vliet.

Uit het gezin van Klaas en Maria van der Krogt werden 14 kinderen geboren, waarvan 6 kinderen op jeugdige leeftijd zijn overleden. De kermis is en was een opwindend beroep, met af en toe leuke verdiensten. Dit was afhankelijk van de plaats waar de kermis stond en hoe het weer was?

Vijf zonen trokken de kermis op en dit waren Dorus, Willem, Jan, Nelis en Piet. Om eerst in de suiker- en koekkraam te helpen en vervolgens kwamen andere kermisattrakties erbij. Zo stonden Dorus (G-221.12) en Willem (G-221.13) rond 1920 met het Kop-van-Jut en de hoepla-tent, om zo zelf hun inkomen op de kermis te verdienen. Met de komst van de elektriciteit werden kermis-attrakties gemechaniseerd en nieuwe gebouwd. Zo kwam er een Turkse schop/of vierbak, dit was een soort reuzerad, gemechaniseerd door aandrijving van een eiektromotor, i.p.v. de aandrijving door mankracht.

Een kermisattraktie, een centrifugaalbaan, werd in eigen beheer ontworpen en in samenwerking met de plaatselijke ambachtslieden gebouwd. De centrifugaalbaan was een kermisattraktie, waarbij op een naar het midden aflopende vloer, wagentjes reden. In de wagentjes konden de kermisvierders plaatsnamen en werden zo door de draaiende beweging van de vloer alle kanten uitgereden. Hierdoor botste je tegen elkaar en dat werd nog verhevigd door de verende stootplanken die waren bevestigd aan de zijkanten. Op een in het midden bevindend platform hield de kermisexploitant de botsende wagentjes in het oog en greep in als dit nodig was. Door de combinatie van de stalen vloer en de zware wagentjes, was er veel kabaal in de centrifugaalbaan wat het aanwezige orgel geheel overstemde. Verder kwam men eruit met de nodige blauwe plekken en een opwindende ervaring rijker.

De centrifugaalbaan was begroet op f 6.000,--, maar na de voltooiing en de kinderziektes kostte deze kermisattraktie liefst f 12.000,-en dat was voor 1927 een flink bedrag. Door de hoge investering was zoon Jan genoodzaakt leningen af te sluiten om de ambachtslieden in zijn woonplaats te betalen. Hierdoor was er te weinig geld om op de kermis pacht te betalen en werd de centrifugaalbaan geen succes.

De centrifugaalbaan werd in pand gegeven aan zijn moeder en werd door zoon Dorus omgebouwd tot een draaimolen met toen razend populaire vliegtuigen. Deze vliegtuigen hadden klinkende namen uit de vliegtuighistorie, zoals de "Uiver", de "Zwaluw", de "Pelikaan", de "Snip" e.d.

draaimolen
De draaimolen met de populaire vliegtuigen, met klinkende namen uit de vliegtuighistorie, zoals de"Uiver", de"Pelikaan", de"Zwaluw"e.d.

Jan van der Krogt (G-221.14) ging verder op de kermis met een zweefmolen. Waarbij hij zowel bij de zweefmolen de bekende stoeltjes kon bevestigen, alsook bakjes in vorm van een auto. Tijdens een ziekte van Jan nam zijn broer Piet de exploitatie van de zweefmolen over. Dit tegen een geringe vergoeding en de hogere ontvangsten gingen naar het jonge gezin van zijn broer Jan.
Het gebeurde eens dat Piet in Limburg op een kermis stond, toen hij werd benaderd door een dorpspastoor om met de zweefmolen in zijn dorp de kermis te komen aanvullen. En dit met geld toe in plaats van een pachtsom te betalen.
Tegelijkertijd kwam er een telegram uit Zoeterwoude van zijn broer Jan, dat deze een kermis had gepacht in Leiden. Een studentenvereniging had een kermis georganiseerd op de "Burcht". Na wisseling van enkele telegrammen werd met tegenzin vanuit Limburg koers gezet richting Leiden. Hierbij werd de zweefmolen in onderdelen naar de hoger gelegen "Burcht" gedragen en gemonteerd. Het feest werd een flop, de opbrengst was f 65,-- en de pachtsom f 65,--. Dus voor niets helemaal uit Limburg gekomen!

Er werd in de jaren twintig aan het woonhuis op de Miening een winkelruimte gebouwd, om vandaar uit peperkoeken, kaneelstokken e.d. te verkopen. De verkoop van deze produkten werd geen succes en na een aantal jaren werd de verkoop hiervan gestopt.

In 1925 overleed Klaas van der Krogt en de suiker- en koekkraam werd voortgezet door zijn jongste zonen, Nelis (G-221.16) en Piet (G-221.17).
In de stille periode van het jaar, als er geen kermis was, werd in Zoeterwoude met peperkoeken gevent. Hierbij werd steeds door dezelfde boer afgedongen op de prijs van de peperkoeken. Tot die keer, toen eerst de prijs werd verhoogd voordat er werd onderhandeld! Een leuk voorval was ook op een boerderij, waar genoeg peperkoeken in voorraad waren, ze gewoon geld kregen en maar verder moesten gaan.
Zo werd ook gekeken of van de vaste klanten iedereen wel peperkoeken had gekocht. Bij navraag van Nelis aan Piet "Heeft mevrouw van der Zon nog peperkoeken gekocht?" en "nee" was het antwoord. "Hoe heb je haar aangesproken" nou "met mevrouw van der Zon". "Helemaal verkeerd, je moet haar aanspreken met vrouw Zon". Dus weer het Westeinde in en "vrouw Zon" kocht nu wel peperkoeken. Zij wilde niet met mevrouw worden aangesproken, deze titel hoorde volgens haar bij de echtgenoten van de burgemeester en de dokter.

In 1935 overleed na een slopende ziekte Nelis en ging Piet verder met de kraam van zijn vader.

Willem van der Krogt had de kermis intussen vaarwel gezegd en was aan de Schenkelweg een handel begonnen in groenten en fruit. Op de kermis was hij toch wel aanwezig met een fruitkraam. In de vijftiger jaren switchte hij om naar de eerste snackbar van Zoeterwoude, waar een echte "jukebox" voor de muziekhits zorgde!

In 1939 trouwde Piet met Rie Schakenbos en zij gingen wonen in een woonwagen die door hem zelf was gebouwd. Het was tegelijkertijd de materiaalwagen voor de kraam. De lange onderdelen lagen in de lengte van de wagen onder de vloer, met aan weerszijde in de bergruimten de peperkoeken, kaneelstokken, nougatblokken e.d. De woonwagen werd getrokken door een open vrachtwagen, met op de laadbak onder een dekzeil de overige onderdelen van de kraam.

woonwagenDe woonwagen was de trots van Piet van der Krogt, die hij met veel geduld en doorzettingsvermogen heeft gebouwd.

Met het uitbreken van de oorlog was het gedaan met de kermis en voordat de woonwagen door de bezetter werd gevorderd is hij verkocht.

Het inkomen voor de gezinnen werd door de kermisbroers eerst verdiend door gezamenlijk vervoer per auto uit te voeren voor derden of zij traden in dienst bij een timmerman. Ook hierin kwam een einde doordat de auto's werden gevorderd door de bezetter en dus werd er gezocht naar andere mogelijkheden om iets te verdienen voor hun gezinnen. Zo werd er een spoedcursus door Piet gevolgd om zich te bekwamen in het gipsgieten van allerlei gebruiks- of siervoorwerpen. Dit werden o.a. wijwatersvaatjes en reliŽfschilderijtjes, die na het drogen werden geschilderd en bestoven met bronspoeder. De schilderijtjes werden beplakt met een religieus of idyllisch plaatje. De afzet hiervan was eerst minimaal, maar via een tussenpersoon kwam er een opdracht van 10.000 stuks wijwatervaatjes/reliŽfschilderijtjes. Dit was een hele klus! Met hulp van velen werd in de huiskamer/keuken de gipsmallen gevuld, bij de bakker op de oven gedroogd, beschilderd, ingepakt met dun papier in kisten en vervoerd met paard en wagen naar de haven van Rotterdam. Dit gebeurde in drie zendingen van ca. .3.500 stuks, hierbij werd contant afgerekend. Alleen met de laatste zending ging het mis, er was geen contant geld en de gipshandel ging weer richting Zoeterwoude.

Na vijf jaar van bezetting van ons land, kwam met de bevrijding de kermis weer op gang en ook weer de verdiensten voor de kermisexploitanten. Handelswaar voor de koektent was er niet, dus werd er gestart met het ballengooien. En de prijzen voor dit ballen-gooien bestonden uit mooi gekieurdesier- en gebruiksvoorwerpen van gips! Ook werden van bleek oranje-gekleurd papier feestmutsen gemaakt en verkocht voor f l,-- per stuk. Op de Stompwijkse kermis van 1945 hing er dan ook een bleek oranje gloed boven de hoofden van de kermisvierders.
Gelukkig kwam na de uitbundige feestvreugde van de bevrijding, het normale leven weer op gang. Dat hield in, dat ook de koekkraam voorzichtig werd gevuld met koopwaar voor het feestvierende publiek.

De eerste jaren na de bevrijding werd de kermissen massaal bezocht en feest gevierd. Met 1947 kwam er een lichte teruggang in kermisbezoek en het houden van kermissen. Dit kwam door de oorlogshandelingen i.v.m. Nederlands IndiŽ, waarbij ook inwoners van ons dorp ons land moesten dienen in het behoud van de zgn. koloniŽn. Dat hierbij ook landgenoten de dood vonden is begrijpelijk en hierdoor was het aannemelijk dat er dan geen feest was in de dorpen waar verdriet was over een gesneuvelde dorpsgenoot.

Over het algemeen waren de daarop volgende jaren de verdiensten van de kermis niet goed en werd er gezocht naar neveninkomsten. Dit werd door Piet gevonden door in de stille maanden van kermis als timmerman te gaan werken in een timmerfabriek in Warmond.

In 1954 kwam er uitbreiding in de kermisexploitatie van Piet van der Krogt, er werd een fietsenmolen gekocht compleet met brandweerwagens. Het was een kinderattraktie die werd overgenomen, helaas met nogal wat mankementen, zoals de aandrijving. Maar na een winter van hard sleutelen draaide de fietsenmolen goed en werd met deze kinderattraktie leuk verdiend. Na ruim 10 jaar te hebben gedraaid, werd de fietsenmolen verkocht aan een kinderboerderij in Noord-Holland.

fietsenmolen
In 1954 werd de fietsenmolen door Piet van der Krogt in exploitatie genomen en dit met veel succes

Dorus van der Krogt ging na de oorlogsjaren weer verder met zijn vliegtuig-draaimolen en dit heeft hij volgehouden tot zijn plotselinge dood in 1963.

Jan van der Krogt kwam na de oorlog met een nieuwe attractie op de kermis en wel met "Hoedensport". Het was een behendigheidsattraktie, waarbij je met ballen moest gooien op langsdraaiende poppen. De kunst was om met de bal de hoed van de pop te raken zodat deze achterover klapte. De meeste punten of hoogste prijs verdiende je als je met drie ballen drie hoeden had geraakt zodat ze letterlijk afvielen. In 1957 werd door Jan van der Krogt een streep gezet onder de kermis en heeft hij vele jaren genoten van een welverdiende rust.

hoedensport
De"Hoedensport", een nieuwe kermisattractie, waarmee Jan van der Krogt na de oorlogsjaern op de kermis kwam

Als laatste ging Piet van der Krogt in 1967 uit het kermisvak en hij kan nu nog met veel plezier over de kermis vertellen. Zoals de eerste kermis met de fietsenmolen in Harlingen, waar zijn kinderen moesten lopen op de ring die tegen de elektromotor liep en voor de aandrijving zorgde of meef ietsten om de fietsenmolen te laten draaien.
In hetzelfde Harlingen liet hij bij de plaatselijke drukker kaartjes drukken voor de fietsenmolen. De drukker had er alleen wat meer gedrukt en zo konden heel wat familieleden van de drukker een gratis ritje maken!

De keuze van de grammofoonplaten was beperkt en zo gebeurde dat in Brielle steeds dezelfde plaat werd gedraaid. Dit werd teveel voor de slager dichtbij de fietsenmolen en er werd een deal gesloten. De grammofoonplaat werd niet gedraaid tegen een vergoeding van ťťn rookworst!

Ook interessant is het geluidsbandje wat is opgenomen van een gesprek in een bekend radioprogramma uit het KRO-verleden "Moeders wil is wet". Hierbij ging het gesprek tussen Mia Smelt en moeder van der Krogt, zij was toen al ruim in de negentig, en er werd uitvoerig gesproken over de tijd dat kermis nog was aangewezen op het vervoer per schip en het gebruik van olielampen voor het licht.

Al met al was het leuk om te luisteren naar de vele verhalen over de kermis: het was recht soms kermispraat!


Kent U andere artikeltjes over Van der Krogt'en of Kroft'en. Ook die kunnen hier geplaatst worden.
Dr. Peter van der Krogt (P- 533.3)


e-mail: peter@vanderkrogt.net