Genealogie
Van der KROGT en Van der KROFT

Herkomst van de naam

Dat ik de groene Krogt, langs het Brezaper duin,
Zag blinken tot in zee, met haer verheven kruin?
Hendrik Snakenburg, 'Heimans klagt over den dood van Elize,' Mengeldichten,
Poëzy (Leiden 1753), blz. 332
De herkomst van de familienaam moet gezocht worden in de duinstreek. Een krocht of kroft — de uitgang '-ft' werd gemakkelijk vervangen door '-cht' — is een hoge zandgrond, of een op hoge zandgrond aangelegde akker; in het bijzonder toegepast op akkers in de duinen. (zie hieronder voor de definitie uit het WNT)
De eerste bekende vermelding van een persoon met deze naam staat in de grafelijkheidsrekening van 1316: Hughe uten Crofte huurde land in het Haagambacht (het gebied rondom Den Haag). Omdat dit in het duingebied is, mogen we aannemen dat de kroft/krocht waar Hughe zijn naam aan ontleende in deze omgeving gelegen was. In 1334 was deze Hughe overleden, het land werd toen verhuurd aan 'Hughen wedewe van den Crofte metten kinderen.'

straatnaam in Haarlem

Woordenboek der Nederlandsche Taal 8ste dl., 1916:
KROCHT -KROFT-
Znw. m., vr. en onz., mv. -en. Nnl. crocht(e), croft(e); ags croft, meng. crofft, neng croft. Van onbekenden oorsprong.
1) Een hooge zandgrond, of een op hooge zandgrond aangelegde akker, in 't bijzonder toegepast op akkers in de duinen. Soms als eigennaam; zie b.v. BOEKENOGEN 521 / Hoede ghy alleen den Schapen op eenighen crocht? COORNHERT, Odyss. 1,42. Deen maeckte crochten, dander thuynen en hecken, VALCOOGH, Chron. v.d. Sype 53. Al 't vlak om ... Leeuwaarde, Franeker, Dokkom, Bolswaaert lagh meest ooverstroomt; en weeigh kroften, die uitkeeken, HOOFT, N.H. 217. Ten Zuyden lagh de Wey; op 't Noorderlick verand'ren Van Wey in drooge kroft, daer deelde 't spoor het scheel, HUYGENS 1,32. Een Bron van Levens vocht Brengt Hy uyt droge krocht En uyt een dorr' woestijn, v. LODENSTEYN, Uytsp. 1,51. Holland ..., Waar 't voorgeslacht uit wier en krocht Een paradijs van wondren wrocht, SPANDAW 4, 201 (ed. 1857).
2) Een tusschenveld, een nog niet uitgegraven stuk land te midden van veenderijen. // Veenen, waar ... het weinige vee op krochten of tusschen velden graast, die nog niet ingestoken zijn, waarop vrij goed hooi groeit, BERKHEY, NH. 9,10.
Aanm. Niet altijd is met zekerheid te zeggen, in welken zin krocht bedoeld is: zie BOEKENOGEN 520; verg. ook ANTONIDES 1, 136; 3, 39; HUIZINGA BAKKER, Poëzy 1,89; BERKHEY, N.H. 1,75; dez. Eerb. Proefk. 245. Bij de genoemde dichters is 't stellig als synoniem van land, veld, streek gebruikt, zonder dat er een nauwkeurigen beteekenis aan gehecht wordt.
Samenst. Krochtland ("Een perceel Wei- of Hooiland, zijnde Krochtland, ... gelegen ... in het Oosteinde der gemeente Voorburg", Haarl. Cour. v. 24 Sept. 1857, bl. 2).
- Als tweede lid. Korenkrocht ("De Koorn-Krochten, diens Halmen ... vry hoogh stonden", Holl. Merc. 1672, 68); teelkrocht.
cafe in Haarlem


J.H. Hoeufft, Proeve van Bredaas taal-eigen. Breda, 1836


© 1999-2012 Peter van der Krogt