Mens & Dier in Steen & Brons

Noord-Brabant 's-Hertogenbosch
's-Hertogenbosch

Emmaplein

Heilig Hartmonument

Christusbeeld met een gewoonlijk midden in de borstkas getoond vlammend hart. Het hart staat voor de persoon van Christus' Leven en Lijden, terwijl de vlam de Liefde en Barmhartigheid representeert
(Wikipedia)
Dorus Hermsen & Aloys de Beule
Fonderie Vindevogel (Gentbrugge)
1925

's-Hertogenbosch -  Heilig Hartmonument   's-Hertogenbosch -  Heilig Hartmonument

Beschrijving

Monument. In het midden staat de figuur Christus en links en rechts van hem een arbeiderspaar (een man in werkkleding en een hamer in de hand, de vrouw met een kind). Voor hen bevindt zich een bordes basis voorzien van een mozaïek met een voorstelling van een vis en een mand met broden en de tekst "god by ons".< br> Op de hoeken van het monument staan kleinde beeldjes: Aan de achterzijde bevindt zich een reliëf van St. Johannes de Evangelist, gezeten op een troon met voor hem een adelaar. Aan weerszijden een tweetal wapenschilden (verwijderd).


Salomé

Johannes de Evangelist

Elia

Opschriften

Voorzijde:

Restauratum
AD MMVIII

caritate perpetua dilexi te ideo attraxi te miserans jer. 31-3

Achterzijde:

In het jubeljaar MCMXXV toen Pius XI Paus van Rome was en Arnoldus Diepen Bisschop
van 's-Hertogenbosch werd dit H. Hart monument opgericht en op den XIXden juni onthuld.

Gesigneerd:
(Christusbeeld): al. de beule / sculpt. fecit / dorus hermsen / pict. inv.
bronsgietery / vindevogel. St. A / Gent

(Johannesreliëf): Dorus Hermsen. inv.
Gietery / Vindevogel St. A. / Gent

Kunstenaars

Opmerkingen

Op 19 juli 1925 onthuld op het Julianaplein en in 1939 verplaatst naar de huidige locatie. In 2008 is het beeld geheel gerestaureerd en zijn ontbrekende delen teruggeplaatst (o.a. enkele van de hoekbeeldjes zijn vermoedelijk nieuw gemaakt omdat ze niet overeenkomen met de oude beschrijvingen).

Het monument gaf aanleiding tot een rechtszaak tussen Dorus Harmsen en August Falise. Beiden hadden deelgenomen aan de ideeënprijsvraag voor het Heilig Hartmonument. Wat was er aan de hand? Op 4 september 1924 stond er een ingezonden stuk in Het Vaderland door Rouville - die vaker ingezonden stukken stuurde - getiteld "De Prijsvraag". Het ging over het organiseren van prijsvragen voor kunstopdrachten. In de laatste alinea schrijft hij:

Rationeel lijkt mij, dat men drie of vier lieden uitnoodigt om mee te dingen, ze allen behoorlijk honoreert, bekroond of niet, en: den bekroonde de opdracht geeft! (wat wel eens wordt... vergeten: ik verwijs hier naar de bekroning van Falise in een prijsvraag voor een beeld van 't Heilige Hart, waar niet hij, de bekroonde in den vóór- en eindkamp, maar een ander met de opdracht strijken ging!)

Hierop volgde een felle reactie van Dorus Hermsen in de krant van 8 september 1924:

De prijsvraag" of: van hoonen en lasteren (Ingezonden).

Zoo nu en dan geeft het Vaderland stukjes van Rouville, soms met soms zonder commentaar van de Redactie.

Rouville strijdt! Hij strijdt tegen verkeerde gewoonten in de maatschappij. Hij wil verkeerde toestanden recht zetten op zijn manier. Hij ontziet niemand en 't is vast dat menige "Vaderlander" een blijen (sic) dag heeft als Rouville een "stukkie" ten beste geeft.

Die hem tegen heeft, is niet gelukkig! Mij heeft Rouville een paar jaar geleden ook even moeten hebben in een "schrappie". 't Ging over een monument en de resultaten van een prijsvraag. Voor mij was het duidelijk, dat hij verkeerd en eenzijdig was ingelicht en daarom sprak ik hem aan en vroeg beleefd om een onderhoud. Het gebeurde vlak bij mijn woning, ik bood R. mijn gedocumenteerde inlichtingen aan en verzocht zijn in het publiek geschreven onwaar bericht na kennisneming van een en ander te willen herroepen.

Nog zie ik den man recht op z'n beenen gaan staan. Hij keek van-bovenuit (want R. is iets grooter of liever iets langer dan ik) met gefronste wenkbrauwen naar me en zei:… "dankjewel"! Weg was Rouville. Hij schoot bij Pulchri binnen – en ik stond daar met m'n hoed in m'n hand tusschen de boomen van het Voorhout.

Het was na den oorlog. De Belgische vluchtelingen waren uit Engeland terug en ik bezocht mijn vriend Aloys de Beule, beeldhouwer te Gent, die verlangend uitkeek naar een opdracht. Samen kwamen wij toen overeen, mede te dingen in een wedstrijd voor een H. Hartmonumcnt, dat stond opgericht te worden te s-Hertogenbosch en dat twintig duizend gulden kosten mocht. 't Kan geen kwaad hier er bij te zeggen, dat ik voor mijn arbeid en moeite buiten het financieel verband bleef.

Louis de Beule van Gent is een groot kunstenaar. Alleen z'n Ros Beyaard, een steigerend paard van viermaal levensgrootte voor het hoofdgebouw van de Gentsche wereldtentoonstelling, zei ons dat, maar afgezien van dit grootsche werk en vele andere is de Beule viermaal, na gehouden prijskampen, belast met monumenten voor gesneuvelde landgenooten in verschillende steden van België opgericht, terwijl bij de onthulling van het monument, dat door de stad Doornik aan hare helden werd gewijd, Louis de Beule de vereerendste gelukwenschen van zijn Koning in ontvangst te nemen had. 't Is een geweldig werk van diep ontroerende schoonheid, hetwelk op een lijn mag worden gesteld met het beste wat op dit gebied vandaag gemaakt wordt…

Maar vier jaar geleden was het anders. De meester had veel leed achter den rug en voor mij was 't zeker dat we in den Bosch een groote kans zouden maken en hij zou dan weer kunnen werken, weer kunnen boetseeren… We maakten een goede kans, niet alléén, maar bij de inzendingen voor de ideeën-prijsvraag, 23 in getal, waren wij beslist alléén met een geheel op zichzelf staand ontwerp, eenig als compositie, 't Was iets anders! Wij werden bij het vijftal gekozen, die aan den definitieven wedstrijd zouden deelnemen en - wat bleek nu, mijnheer Rouville? Men stal zoo in het oogloopend van onzen opzet, dat ik mij genoodzaakt zag openlijk te protesteeren bij de Commissie, waarvan Mr. van Baar, nu Raadsheer, toen nóg vice-president bij de Rechtbank, voorzitter was.

Ik beschuldigde uw vriend van het plegen van plagiaat en beval het goed recht van een buitenlandse kunstenaar van den eersten rang bij dezen Magistraat en zijne Commissie ten zeerste aan. Dat was mijn plicht!

Ik schaamde mij voor dit gepeuter. Tegenover een groot en eenvoudig mensch, die dit geknoei niet zien kon; hij verplaats zich niet makkelijk, – en van wien men op deze manier daags na de beoordeeling door deze jury de duizend gulden aan premie in den zak heeft gestoken!

En nu, mijnheer Rouville, hadt ge, na behoorlijk onderzoek, een mooie gelegenheid gehad om mij bij te vallen. Hier begint het onbegrijpelijk onrecht, dat ge met uw geschrijf sticht tegenover een artiest, dien gij te achten hebt, en tegenover mij, dien ge geen woord waardig keurde en dien ge op venijnige manier aanvalt in de courant.

Omdat het nu een vriend van u is, belangen raakt, schrijft ge hoonend tegen hem, die de dupe werd van een verkeerd toegepast prijsvraagsysteem, en daar met klem tegenop, kwam, zooals verschillende mededingers dat deden, die het heusch verkeerd vonden, dat uw man reeds een vijftal van H. Hartmonumenten voor zijn rekening kreeg en die alle van een zelfden opzet waren.

Daar is gekomen een rapport over deze prijsvraag, onderteekend door drie hoogstaande en ter zake kundige en onpartijdige mannen. Wij voor ons hadden gemeend op de publicatie er van niet te moeten aandringen, welnu, dat rapport ligt voor u ter inzage en er zal nu wel niets tegen zijn, dat Gij het publiceert en meer dat, wij hebben er geen bezwaar tegen om in een der zalen van uw Pulchri of waar dan ook, de ontwerpen van de ideeën en van de definitieve prijsvragen ten toon te stellen naast die van uw vriend, door mij van diefstal beschuldigd op artistiek gebied.

't Is ons nu genoeg. Na jaren komt ge weer terug met uw geschrijf over een zaak, die beter verzwegen werd, heusch. Ge bewijst uw beschermeling geen dienst: wij hebben ons tot nu toe onthouden op uw gedoe in te gaan, maar nu ge schijnt te meenen, dat iedereen uw gehoon naast zich laat liggen, deel ik u mee, dat ge mij altijd thuis zult vinden.

Wj gingen niet "strijken" met de opdracht, wij strijken niet, vader, maar wii kwamen op voor het goed recht van een groot man. zóó groot, dat gij er te veel aan hebt als partij, 't Heeft jaren geduurd eer den Bosch de plaats kon aanwijzen voor dit H. Hartmonument, dat mede aan den arbeid is gewijd. "In welgeordenden arbeid openbaarde zich het geloof dezer gemeente" (de Sint Janskerk). Eerst eenige dagen geleden ontvingen wij de officieele opdracht en het spijt mij ten zeerste dat ik op deze wijze geprest werd over dit werk onmiddellijk in het openbaar te treden, nog vóór ik ook namens de Beule onzen dank kon betuigen aan de menschen. die met de grootste belangstelling zich voor deze zaak nebben gegeven.

Dorus Hermsen
den Haag,.5 Sept.

Hierop diende Falise een klacht wegens belediging in. Het werd een rechtszaaj en uiteindelijk werd na vijf jaar in hoger beroep vonnis gewezen, dat in Het Vaderland van 31 oktober 1930 als volgt beschreven wordt:

Aantasting in Eer en Goeden Naam Het Haagsche Gerechtshof heeft arrest gewezen in de civiele procedure tusschen Th A. B. Hermsen, kunstschilder en kunsthandelaar te 's-Gravenhage en Aug. F. H. Falise, beeldhouwer te Wageningen.

Bij inleidende dagvaarding had Falise van Hermsen een schadevergoeding van f 5000 gevorderd, welke vordering in de eerste plaats steunde op het feit, dat door toedoen van Hermsen de uitvoering van een Heilig Hartmonument te 's-Hertogenbosch aan Falise is ontgaan en in de tweede plaats was gegrond op benadeeling van eer en goeden naam door een ingezonden stuk van Hermsen in het Vaderland, waarvan de inhoud, voorzoover deze in de dagvaarding is overgenomen, krenkend en beleedigend is voor Falise.

De Haagsche rechtbank heeft in haar vonnis aangenomen, dat de vordering tot betering in eer en goeden naam moet worden toegewezen, omdat de in het ingezonden stuk geuite be«huldigingen van "diefstal" en "stelen", zij het dan ook bedoeld als diefstal op artistiek gebied, krenkend is voor den beschuldigde en het beleedigend karakter dezer beschuldiging vaststaat ten zij zou blijken, dat zij niet noodeloos krenkend kan worden genoemd, waardoor het oogmerk tot beleediging zou ontbreken.

Voorts besliste de rechtbank dat hetgeen Hermsen te dien opzichte heeft aangevoerd, niet opgaat en de waarheid van de beschuldiging ook niet is geleverd, terwijl, al ware dit het geval, het beleedigend karakter der beschuldiging nietttemin zou blijven bestaan.

De rechtbank heeft dan ook de vordering tot betering van eer en goeden naam toegewezen en Hermsen veroordeeld tot betaling van f 300 met bevel, dat het vonnis openbaar zou moeten worden gemaakt te 's-Hertogenbosch, 's-Gravenhage en Wageningen. De andere vordering werd door de rechtbank niet toegewezen, terwijl Hermsen in de kosten werd veroordeeld.

Van dit vonnis ging Hermsen in hooger beroep, waarbij hij verschillende grieven aanvoerde. Het Hof heeft thans in zijn arrest ongegrond verklaard de grief, dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen, dat het ingezonden stuk beleedigend was, daar toch in verband met een enkele dagen tevoren door den heer de Rouville in het Vaderland ingezonden stuk geen twijfel kan bestaan omtrent den persoon, die in het stuk van Hermsen van diefstal en plagiaat beschuldigd werd, en een dergelijke beschuldiging.voor een kunstenaar ontegenzeggelijk krenkend en beleediging is.

Verder overwoog het Hof, dat al moge de vergelijking tusschen het door Falise ingezonden eindontwerp en het ontwerp van Hermsen en de Beule zeker wel aanleiding geven tot twijfel omtrent de oorspronkelijkheid van het ontwerp-Falise, de waarheid der geuite beschuldiging daardoor toch nog niet is bewezen, terwijl, al was dit het geval, de vorm, waarin de beschudiging is gekleed, onnoodig scherp en krenkend was en de grenzen van een door Hermsen noodig geacht verweer overschreed.

Daarbij overwoog het Hof nog, dat het algemeen belang zeker niet vorderde, dat Hermsen zijn stuk in zulken krenkenden toon stelde.

Het Hof nam niet als bewezen aan, dat Hermsen het opzet heeft gehad om Falise te belecdigen, maar dit neemt niet weg, dat de vordering tot schadevergoeding behoort te worden toegewezen omdat Hermsen door inzending van genoemd stuk in een dagblad handelde in strijd met de zorgvuldigheid, die in het maatschappelijk verkeer betaamt ten aanzien van iemands' eer en goeden naam en zich dus aan een onrechtmatige daad schuldig maakte, welke tot toewijzing der vordering tot schadevergoeding moet leiden.

De grief, dat het toegeweren bedrag te hoog zon zijn, achtte het Hof eveneens ongegrond, aangezien het dit bedrag alleszins billijk vond. Ten slotte overwoog het Hof, dat, waar artikel 1408 geen toepassing kan vinden, de vordering tot publicatie van het vonnis en tot de verklaring, dat het stuk beleedigend is, behoort te worden ontzegd.

Wat de kosten aangaat, besliste het Hof, dat ledere partij in eerste instantie haar eigen kosten moet dragen, terwijl het de kosten in hooger beroep compenseerde.

Oude ansichtkaart(en)


Klik op een kaart voor vergroting.

Reacties

Reageer op dit beeld

Bronnen en verdere informatie

Aanklikbare trefwoorden:

  • Beule, Aloys de
  • Hermsen, Dorus
  • Vindevogel (Gentbrugge), Fonderie
  • Arend / Adelaar
  • Christus
  • Elia (Profeet)
  • Heilig Hartbeeld
  • Johannes de Evangelist, St.
  • Man en vrouw
  • Smid
  • Vrouw met kind
  • Locatie (N.B. 51°41'33" - O.L. 5°17'50")

    eXTReMe Tracker
    Objectcode: NB32dj; Opgenomen: 2 juli 2011
    Van elk standbeeld hebben wij uit diverse hoeken foto's gemaakt en bovendien detailfoto's van de diverse teksten.
    Als je deze foto's wilt zien of een of meer foto's wilt gebruiken, neem dan contact met ons op via het contactformulier met vermelding van de objectcode.
    © Website en Foto's: René & Peter van der Krogt